dinsdag 21 januari 2014

Claes Elfsz Popma

Claes Elfsz Popma was een zoon van Elf Popma. Hij werd rond 1265 in Oosterend op Terschelling geboren.

(http://www.genealogieonline.nl/stamboom-griffioen-koster/I14985.php)

Ten zuiden van Oosterend stond de stins van de familie Popma.

De Graaf van Holland, Willem III van Beieren, beschouwde zichzelf als de wettige heer van Friesland en dus ook van Terschelling. Op 3 mei 1322 droeg hij Claes Elfszoon op om voor hem, de graaf, recht te spreken, de opgelegde boeten te innen en kortom alle rechten uit te oefenen die hem als graaf naar zijn mening toekwamen. Hij noemde hem zijn rechter en beval de inwoners en allen die er hun zaken kwamen doen behulpzaam te zijn.

De Noorwestelijke vaarwaters. Volgens sommige geschiedschrijvers moet de gemeenschap van de Waddeneilanden met het vaste land rond 1300 verbroken zijn. Een riviermond die al bestond (het latere Vlie) werd toen zo breed en diep dat het nodig werd om hier tonnen in te leggen. Behalve dit Vlie was er in het noordwesten nog een belangrijk zeegat, namelijk het Marsdiep.
 Het oudste bekende bericht omtrent de betonning in het Vlie dateert uit 1323. Het betreft een overeenkomst tussen Claes Popma en zijn mederichters van der Schellingh, gesloten met de stad Kampen, welke van hertog Albrecht het recht had om "tonnen moegen legghen int Vlie ende int Marsdiep". Volgens de overeenkomst met de stad Kampen richtte Claes met zijn mederichter het "voerhuijs", het baken bij West-Terschelling op. Dit kan er op wijzen dat graaf Willem met zijn benoeming een Hollands tintje gaf aan een gewoon bestaande Friese rechtsituatie. De richter en zijn mederichter of mederichters waren de hoogstgeplaatsten, het gemene land de gezamenlijke vrije, grondbezittende boeren, de eigen-erfden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen